Registreer en selecteer welke woorden u wil instuderen. Maak een eigen lijst of sla woorden over om later in te studeren!

a1 - elementair
a veces soms
abajo omlaag
abrir openen
aceptar aanvaarden
acostarse gaan slapen
agua caliente warm water
aire acondicionado aircondtioning
almorzar lunchen
alojamiento accommodatie
apagar uitdoen
aprender leren
arriba omhoog
azul claro lichtblauw
azul oscuro donkerblauw
bailar dansen
bañarse een bad nemen
beber drinken
caber passen
caerse vallen
calefacción verwarming
cambiar wisselen
cancelar annuleren
cantar zingen
cenar dineren
cerrar sluiten
comedor eetkamer
comenzar beginnen,starten
comer eten
comprar kopen
conducir autorijden
contar tellen
correr lopen
cortar snijden
creer geloven
cubiertos bestek
cuchara lepel
cuchillo mes
dañar bezeren
dar geven
decir zeggen
deletrear spellen
desayunar,tomar el desayuno ontbijten
despertar wakker maken
despertarse wakker worden,ontwaken
desvestirse zich uitkleden
dibujar tekenen
dormir slapen
dormirse in slaap vallen
ducharse zich douchen
el almuerzo de lunch
el armario de kleerkast
el ascensor de lift
el aseo het toilet
el banco de bank
el bar de bar
el camarero de ober
el cepillo de dientes de tandenborstel
el champú de shampoo
el colchón de matras
el cuarto de baño de badkamer
el desayuno het ontbijt
el despacho het bureau
el director de manager
el dormitorio de slaapkamer
el equipaje de koffers
el espejo de spiegel
el garaje,la cochera de garage
el grifo de kraan
el horno de oven
el jabón de zeep
el jardín de tuin
el lavabo de wastafel
el microondas de microgolfoven
el óptico de opticien
el papel higiénico het toiletpapier
el pasillo de hal,de gang
el plato het bord
el refrigerador de koelkast
el reloj de klok
el restaurante het restaurant
el salón de lounge
el salón het salon,de woonkamer
el secador de pelo de haardroger
el servicio a las habitaciones de roomservice
el sillón de leunstoel
el sofá de sofa,de rustbank
el supermercado de supermarkt
el váter het toilet
en su punto half doorbakken
encender aandoen,aansteken
encontrar vinden
enseñar onderwijzen
entender begrijpen
entrada voorgerecht
enviar zenden
escribir schrijven
escribir a máquina typen
escuchar luisteren
esperar wachten
Esto no es lo que he pedido Dit is niet wat ik besteld heb
estudiar studeren
explicar uitleggen
firmar tekenen
fumar roken
gastar gebruiken,uitgeven
hacer doen
Hay correo? Zijn er berichten?
índigo,añil indigo
intentar proberen
jugar spelen
la almohada het hoofdkussen
la bañera het bad
la bañera het bad
La calefacción no funciona de verwarming werkt niet
la cama het bed
la camarera de pisos de meid
la carnicería de slagerij
la carta de menu
la catedral de kathedraal
la cena het avondmaal
la cocina de keuken
la copa,el vaso het glas
la despensa de voorraadkast
la ducha de douche
la estantería de boekenkast
la farmacia de apotheek
la ferretería de ijzerwinkel
la floristería de bloemenwinkel
la jabonera het zeepbakje
la joyería de juwelierswinkel
la lámpara de lamp
la lavadora de wasmachine
la lavandería de wasserij
la librería de boekhandel
la llave de sleutel
la máquina de afeitar de scheermachine
la panadería de bakkerij
la parada de autobus de bushalte
la pasta dentrífica,la pasta de dientes de tandpasta
la pastelería de banketbakkerij
la peluquería het kapsalon
la pescadería de viswinkel
la recepción de receptie
la recepcionista de receptioniste
la repisa de schoorsteenmantel
la tarjeta llavero de keycard
la taza de tas
La televisión está averiada de tv is defect
la tienda de deportes de sportwinkel
la tienda de discos de muziekwinkel
la tintorería de stomerij
La tortilla es muy rica de ommelet is heel lekker
la ventana het venster
la zapatería de schoenenwinkel
las escaleras de trappen
las mantas de dekens
las sábanas de lakens
las zapatillas de slippers
lavar afwassen
leer lezen
levantarse opstaan
limpiar schoonmaken
llegar a casa thuis komen
llenar vullen
llover regenen
magníficas vistas prachtig uitzicht
mantel tafelkleed
maquillarse,pintarse opmaken,make-up opdoen
marcharse vertrekken
Me marcharé mañana por la tarde ik zal morgenmiddag vertrekken
media pensión half pension
mesa tafel
mirar kijken
muy hecho goed doorbakken
Nada más, gracias... Niets meer, bedankt...
nadar zwemmen
necesitar nodig hebben
necesito estampillas,necesito sellos ik heb postzegels nodig
necesito papel ik heb papier nodig
necesito sobres ik heb enveloppen nodig
No molestar niet storen
Nos marcharemos mañana por la mañana We vertrekken morgenochtend
nunca nooit
oír horen
olvidar vergeten
organizar organiseren
pagar betalen
pasar la noche en vela een slapeloze nacht hebben
peinar kammen
pensar denken
pensión completa vol pension
permitir toelaten
pimienta peper
planchar strijken
plato gerecht
plato principal hoofdgerecht
poco hecho licht gebakken
poder kunnen
poner la radio de radio aanzetten
ponerse de pie staan
ponerse las lentillas contactlenzen indoen
postre dessert
preguntar vragen
preocuparse zich zorgen maken
prestar lenen
primera planta eerste verdiep
púrpura,morado paars
Quédese con el cambio Hou het wisselgeld
quejarse klagen
Queremos pedir Wij willen bestellen
querer willen
Quiero una habitación doble para tres noches Ik wil een tweepersoonskamer voor 3 nachten
regar las plantas de planten water geven
reparar repareren
responder antwoorden
romper breken
saber weten
sal zout
salir vertrekken
secarse las manos handen drogen
sentarse gaan zitten
silla stoel
soy vegetariano ik ben vegetariër
tenedor vork
tener hebben
tener exito slagen
Tengo una reserva para David Ik heb een reservatie op naam van David
terminar beëindigen
tienda de ropas de kledingwinkel
tomar nemen
tomar el tren de trein nemen
tomarse un descanso een pauze nemen
toser hoesten
trabajar werken
traducir vertalen
traer brengen
un albornoz een badjas
un apartamento ático een penthouse
un peine een kam
una escalera de incendios een brandladder
una habitación con baño een kamer met badkamer
una llamada despertador een wake-up call
una reclamación een klacht
una reembolsa een terugbetaling
una reserva een reservering
una salida de incendios een nooduitgang
una toalla een handdoek
usar,utilizar gebruiken
vender verkopen
ver zien
ver la televisión tv kijken
vestirse aantrekken,aankleden
viajar reizen
volar vliegen
¿A qué hora abre el restaurante? Om welk uur opent het restaurant?
¿A qué hora cierra el restaurante? Om welk uur sluit het restaurant?
¿A qué hora te levantas? Om welk uur staat u op?
¿Aceptan tarjetas de crédito? Aanvaarden jullie kredietkaarten?
¿Algo más? Had u nog iets gewenst?
¿Cómo llegas al colegio? Hoe ga je naar school?
¿Cuál es el precio por día? Hoeveel kost het per dag?
¿Cuánto café bebes? Hoeveel koffie drink je?
¿Cuánto tardas en llegar al trabajo? Hoe lang duurt het om naar het werk te gaan?
¿Cuánto tiempo hay que esperar? Hoe lang moeten we wachten?
¿Dónde puedo aparcar el coche? Waar kan ik mijn wagen parkeren?
¿Dónde vives? Waar woont u?
¿Está incluido el desayuno? Is het ontbijt ingebregepen?
¿Este plato tiene carne? Bevat dit gerecht vlees?
¿Ha terminado? Ben je klaar
¿Hay mesas libres? Zijn er vrije tafels
¿Me puede preparar la cuenta por favor? Kan u me de rekening brengen alstublieft?
¿Me puede traer más pan? Kan u me nog wat meer brood brengen?
¿para beber? Wat wil je drinken?
¿para comer? Wat wil je eten?
¿Puede darme la llave del 206? Kan u me de sleutel van kamer 206 geven?
¿qué hay de postre? Welke desserts zijn er?
¿Qué me recomienda? Wat beveelt u me aan?
¿quiere pedir? Wil je bestellen?
¿Tiene una mesa para cuatro personas? Hebt u een tafel voor vier personen?
¿Viene con ensalada? Wordt dit met salade geserveerd?

een fout melden »

een suggestie »

  • Talen leren
  • Over Spanje
  • Over Cuba
  • Over Mexico
  • mijnwoordenboek
  • woordenlijst
  • Google translate
  • linking partners