Registreer en selecteer welke woorden u wil instuderen. Maak een eigen lijst of sla woorden over om later in te studeren!

a1 - elementair
aandoen,aansteken encender
aantrekken,aankleden vestirse
aanvaarden aceptar
Aanvaarden jullie kredietkaarten? ¿Aceptan tarjetas de crédito?
accommodatie alojamiento
afwassen lavar
aircondtioning aire acondicionado
annuleren cancelar
antwoorden responder
autorijden conducir
beëindigen terminar
beginnen,starten comenzar
begrijpen entender
Ben je klaar ¿Ha terminado?
bestek cubiertos
betalen pagar
Bevat dit gerecht vlees? ¿Este plato tiene carne?
bezeren dañar
breken romper
brengen traer
contactlenzen indoen ponerse las lentillas
dansen bailar
de apotheek la farmacia
de badkamer el cuarto de baño
de bakkerij la panadería
de bank el banco
de banketbakkerij la pastelería
de bar el bar
de bloemenwinkel la floristería
de boekenkast la estantería
de boekhandel la librería
de bushalte la parada de autobus
de dekens las mantas
de douche la ducha
de garage el garaje,la cochera
de haardroger el secador de pelo
de hal,de gang el pasillo
de ijzerwinkel la ferretería
de juwelierswinkel la joyería
de kathedraal la catedral
de keuken la cocina
de keycard la tarjeta llavero
de kledingwinkel tienda de ropas
de kleerkast el armario
de klok el reloj
de koelkast el refrigerador
de koffers el equipaje
de kraan el grifo
de lakens las sábanas
de lamp la lámpara
de leunstoel el sillón
de lift el ascensor
de lounge el salón
de lunch el almuerzo
de manager el director
de matras el colchón
de meid la camarera de pisos
de menu la carta
de microgolfoven el microondas
de muziekwinkel la tienda de discos
de ober el camarero
de ommelet is heel lekker La tortilla es muy rica
de opticien el óptico
de oven el horno
de planten water geven regar las plantas
de radio aanzetten poner la radio
de receptie la recepción
de receptioniste la recepcionista
de roomservice el servicio a las habitaciones
de scheermachine la máquina de afeitar
de schoenenwinkel la zapatería
de schoorsteenmantel la repisa
de shampoo el champú
de slaapkamer el dormitorio
de slagerij la carnicería
de sleutel la llave
de slippers las zapatillas
de sofa,de rustbank el sofá
de spiegel el espejo
de sportwinkel la tienda de deportes
de stomerij la tintorería
de supermarkt el supermercado
de tandenborstel el cepillo de dientes
de tandpasta la pasta dentrífica,la pasta de dientes
de tas la taza
de trappen las escaleras
de trein nemen tomar el tren
de tuin el jardín
de tv is defect La televisión está averiada
de verwarming werkt niet La calefacción no funciona
de viswinkel la pescadería
de voorraadkast la despensa
de wasmachine la lavadora
de wasserij la lavandería
de wastafel el lavabo
de zeep el jabón
denken pensar
dessert postre
dineren cenar
Dit is niet wat ik besteld heb Esto no es lo que he pedido
doen hacer
donkerblauw azul oscuro
drinken beber
een bad nemen bañarse
een badjas un albornoz
een brandladder una escalera de incendios
een handdoek una toalla
een kam un peine
een kamer met badkamer una habitación con baño
een klacht una reclamación
een nooduitgang una salida de incendios
een pauze nemen tomarse un descanso
een penthouse un apartamento ático
een reservering una reserva
een slapeloze nacht hebben pasar la noche en vela
een terugbetaling una reembolsa
een wake-up call una llamada despertador
eerste verdiep primera planta
eetkamer comedor
eten comer
gaan slapen acostarse
gaan zitten sentarse
gebruiken usar,utilizar
gebruiken,uitgeven gastar
geloven creer
gerecht plato
geven dar
goed doorbakken muy hecho
Had u nog iets gewenst? ¿Algo más?
half doorbakken en su punto
half pension media pensión
handen drogen secarse las manos
hebben tener
Hebt u een tafel voor vier personen? ¿Tiene una mesa para cuatro personas?
het avondmaal la cena
het bad la bañera
het bad la bañera
het bed la cama
het bord el plato
het bureau el despacho
het glas la copa,el vaso
het hoofdkussen la almohada
het kapsalon la peluquería
het ontbijt el desayuno
het restaurant el restaurante
het salon,de woonkamer el salón
het toilet el váter
het toilet el aseo
het toiletpapier el papel higiénico
het venster la ventana
het zeepbakje la jabonera
Hoe ga je naar school? ¿Cómo llegas al colegio?
Hoe lang duurt het om naar het werk te gaan? ¿Cuánto tardas en llegar al trabajo?
Hoe lang moeten we wachten? ¿Cuánto tiempo hay que esperar?
hoesten toser
Hoeveel koffie drink je? ¿Cuánto café bebes?
Hoeveel kost het per dag? ¿Cuál es el precio por día?
hoofdgerecht plato principal
horen oír
Hou het wisselgeld Quédese con el cambio
ik ben vegetariër soy vegetariano
Ik heb een reservatie op naam van David Tengo una reserva para David
ik heb enveloppen nodig necesito sobres
ik heb papier nodig necesito papel
ik heb postzegels nodig necesito estampillas,necesito sellos
Ik wil een tweepersoonskamer voor 3 nachten Quiero una habitación doble para tres noches
ik zal morgenmiddag vertrekken Me marcharé mañana por la tarde
in slaap vallen dormirse
indigo índigo,añil
Is het ontbijt ingebregepen? ¿Está incluido el desayuno?
kammen peinar
Kan u me de rekening brengen alstublieft? ¿Me puede preparar la cuenta por favor?
Kan u me de sleutel van kamer 206 geven? ¿Puede darme la llave del 206?
Kan u me nog wat meer brood brengen? ¿Me puede traer más pan?
kijken mirar
klagen quejarse
kopen comprar
kunnen poder
lenen prestar
lepel cuchara
leren aprender
lezen leer
licht gebakken poco hecho
lichtblauw azul claro
lopen correr
luisteren escuchar
lunchen almorzar
mes cuchillo
nemen tomar
niet storen No molestar
Niets meer, bedankt... Nada más, gracias...
nodig hebben necesitar
nooit nunca
Om welk uur opent het restaurant? ¿A qué hora abre el restaurante?
Om welk uur sluit het restaurant? ¿A qué hora cierra el restaurante?
Om welk uur staat u op? ¿A qué hora te levantas?
omhoog arriba
omlaag abajo
onderwijzen enseñar
ontbijten desayunar,tomar el desayuno
openen abrir
opmaken,make-up opdoen maquillarse,pintarse
opstaan levantarse
organiseren organizar
paars púrpura,morado
passen caber
peper pimienta
prachtig uitzicht magníficas vistas
proberen intentar
regenen llover
reizen viajar
repareren reparar
roken fumar
schoonmaken limpiar
schrijven escribir
slagen tener exito
slapen dormir
sluiten cerrar
snijden cortar
soms a veces
spelen jugar
spellen deletrear
staan ponerse de pie
stoel silla
strijken planchar
studeren estudiar
tafel mesa
tafelkleed mantel
tekenen firmar
tekenen dibujar
tellen contar
thuis komen llegar a casa
toelaten permitir
tv kijken ver la televisión
typen escribir a máquina
uitdoen apagar
uitleggen explicar
vallen caerse
vergeten olvidar
verkopen vender
vertalen traducir
vertrekken marcharse
vertrekken salir
verwarming calefacción
vinden encontrar
vliegen volar
vol pension pensión completa
voorgerecht entrada
vork tenedor
vragen preguntar
vullen llenar
Waar kan ik mijn wagen parkeren? ¿Dónde puedo aparcar el coche?
Waar woont u? ¿Dónde vives?
wachten esperar
wakker maken despertar
wakker worden,ontwaken despertarse
warm water agua caliente
Wat beveelt u me aan? ¿Qué me recomienda?
Wat wil je drinken? ¿para beber?
Wat wil je eten? ¿para comer?
We vertrekken morgenochtend Nos marcharemos mañana por la mañana
Welke desserts zijn er? ¿qué hay de postre?
werken trabajar
weten saber
Wij willen bestellen Queremos pedir
Wil je bestellen? ¿quiere pedir?
willen querer
wisselen cambiar
Wordt dit met salade geserveerd? ¿Viene con ensalada?
zeggen decir
zenden enviar
zich douchen ducharse
zich uitkleden desvestirse
zich zorgen maken preocuparse
zien ver
Zijn er berichten? Hay correo?
Zijn er vrije tafels ¿Hay mesas libres?
zingen cantar
zout sal
zwemmen nadar

een fout melden »

een suggestie »

  • Talen leren
  • Over Spanje
  • Over Cuba
  • Over Mexico
  • mijnwoordenboek
  • woordenlijst
  • Google translate
  • linking partners